Brief terug aan Mark Rutte

Vanochtend verscheen in de pers een brief van Mark Rutte aan ons, Nederlanders. Onze fractievoorzitter Dennis op den Dries schreef een antwoord op deze brief.

Geachte heer Rutte,

Vanochtend verscheen een brief van uw hand, die ik overal tegenkwam. En omdat ik het waardeer dat u de moeite heeft genomen om uw bevindingen over de toekomst van ons land op deze wijze met ons, inwoners, te delen, leek het me wel gepast om u terug te schrijven. Niet in de laatste plaats omdat ik nogal geschrokken ben, en zelfs boos werd, vanwege delen uit uw brief. Gelukkig stelt u een vraag in uw epistel: ‘Wat voor land willen we zijn?’ Als u het me toestaat, zou ik daar in dit schrijven graag mijn antwoord op geven.

Laat ik u eerst vertellen waar mijn kwaadheid door werd veroorzaakt, meneer Rutte. Ik werd boos om uw brief, omdat u in uw schrijven eerst drie alinea’s wijdt aan het beschrijven van verwerpelijk en asociaal gedrag, van het op straat gooien van afval tot het bespugen van conducteurs. Meneer Rutte, u en ik delen de opvatting dat dit soort zaken verwerpelijk zijn en dat we daar tegen moeten optreden. Daar kwam mijn kwaadheid dan ook  niet door. Nee, ik werd pas boos, toen ik las dat u in de daaropvolgende alinea zonder blikken of blozen de exclusieve koppeling maakt tussen het genoemde asociale gedrag en mensen die ‘naar ons land zijn gekomen voor de vrijheid’. Mensen met een migratieachtergrond dus.

Meneer Rutte, u weet toch best dat asociaal en hufterig gedrag niet alleen is voorbehouden aan mensen die van buiten Nederland naar hier zijn gekomen? Ik weet heus wel dat niet alle vluchtelingen en migranten directe klonen van moeder Theresa zijn. Het merendeel is welwillend en constructief, maar er zitten ook etterbakken tussen. Wat dat betreft zijn het net mensen. Net zoals autochtone Nederlanders. Want ik vind bijvoorbeeld het zingen van ‘daar moet een piemel in’ door een groep mannen naar een mevrouw met een mening die hen blijkbaar niet bevalt, ook asociaal en hufterig. En bij ons in Nijverdal is afgelopen oud&nieuw een nieuw aangelegd park volledig vernield door vandalen die hier waarschijnlijk allemaal geboren zijn. Dat kwalificeert u ook vast niet als ‘normaal gedrag’.

Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken, meneer Rutte, dat u uw brief bewust op deze wijze heeft opgesteld. Het is immers campagnetijd. Probeert u nu met deze boodschap kiezers weg te snoepen bij de PVV van Geert Wilders, met wie u zeker niet/misschien niet/waarschijnlijk niet (doorhalen wat niet van toepassing is) wilt regeren na maart? Want als dat zo is, doet u precies waarvan u in uw eigen brief schrijft dat het NIET de oplossing is, namelijk ‘groepen mensen over één kam scheren’.

Ik heb dan ook nogal moeite met de door u aangedragen oplossing voor het gedrag dat u en ik zo verfoeien. Niet met uw opmerking dat we glashelder moeten blijven aangeven wat wel en wat niet kan en dat we actief moeten opkomen voor de waarden die wij belangrijk vinden. Dat deel ik volledig, meneer Rutte. Maar u zegt nog meer. U zegt: ‘Doe normaal of ga weg’. En dat is niets meer en niets minder dan ferme, maar totaal zinloze stoerdoenerij. U heeft het tegen mensen die hier meestal gewoon geboren zijn, ook al heten ze in sommige gevallen misschien geen Jansen of De Vries. Of Rutte. Moeten de piemelschreeuwers van u ook weg? Of de mensen die bij ons het parkje hebben vernield? En zo ja, waar moeten ze van u naar toe dan? En hoe wilt u dat regelen?

Meneer Rutte, u zegt: ‘als het je hier niet bevalt, dan ga je maar weg’. Dat vind ik een premier onwaardig. Een echte leider zou moeten zeggen: ‘Als het je hier niet bevalt, dan moet je kijken of je dit land beter kan maken’. Dát is leiderschap. En daarom zijn u en ik waarschijnlijk ook ooit de politiek in gegaan. Natuurlijk moeten we dan ook blijven optreden tegen mensen die zich niet kunnen gedragen. Dat hoort er bij. Zowel tegen jochies met een Marokkaanse achtergrond die homo’s op straat uitschelden, als tegen de autochtone piemelschreeuwers. Het gaat namelijk om het gedrag, en niet om de afkomst.

Maar goed, meneer Rutte, u stelde een vraag. ‘Wat voor land willen we zijn?’ Graag zou ik een eerste aanzet van mijn antwoord op die vraag met u willen delen.

Ik wil dat we een land zijn waar we ons in elkaar verplaatsen in plaats van ons van elkaar verwijderen. Waarin we niet tegen mensen zeggen dat ze ‘op moeten pleuren’, maar in gesprek gaan met elkaar en samen oplossingen zoeken. Waarin we grenzen stellen, maar niet vervallen in stoere oneliners.

Ik wil dat we een land zijn waar we goed voor elkaar zorgen. U schrijft dat het in Nederland normaal is ‘dat je elkaar helpt als het even moeilijk gaat’. U schrijft dat op een dag dat in het journaal niet alleen over uw brief wordt gesproken, maar ook over het feit dat steeds meer artsen overgebleven medicijnen stiekem opsparen voor mensen die deze zelf niet kunnen betalen. En op de dag dat in datzelfde journaal werd melding gemaakt van het feit dat steeds meer zieke, oude en gehandicapte mensen ervaren dat ze te weinig hulp krijgen, onder andere in het huishouden, als gevolg van uw bezuinigingen. Ik wil een land waar we elkaar niet ‘even helpen als het moeilijk gaat’, maar waarin die hulp structureel goed geregeld is.

Ik wil een land waarin de verschillen tussen arm en rijk kleiner worden, en niet groter, zoals nu. Ik vind het onverteerbaar om te zien dan mensen die op een uitkering zijn aangewezen steeds meer het mes op de keel wordt gezet met steeds strengere eisen, terwijl ons land voor grote multinationals met hele rijke bazen (noem een Starbucks) een waar belastingparadijs is waar nauwelijks regels gelden. Ik wil een land waarin dat weer eerlijk wordt geregeld.

Ik wil een land waarin we de toekomst van onze planeet weer serieus nemen. Waarin we het klimaatakkoord van Parijs gaan uitvoeren, en niet om populair te zijn steeds weer nieuwe stukjes snelweg aanwijzen waar je 130 mag rijden. Die paar seconden tijdwinst wegen echt niet op tegen de luchtvervuiling en CO2-uitstoot die het als gevolg heeft.

Meneer Rutte, misschien kunnen we het daar tot 15 maart over hebben. En ook daarna. Misschien komen we dan nader tot elkaar in Nederland. Hopelijk wilt u er in ieder geval over nadenken.

En misschien wilt u die slogan ‘Normaal doen’ dan ook wel weer schrappen. Niet alleen vanwege wat ik hierboven allemaal beschreven heb, maar ook omdat ‘normaal doen’ niet echt recht doet aan al die bijzondere mensen die ons land rijk is. Want daarin heeft u volkomen gelijk, meneer Rutte. We zijn echt een heel gaaf land.

Met vriendelijke groeten,

Dennis op den Dries